Deelgebieden Ontleed & Fotomateriaal

Tekst en fotomateriaal door Celine Roodhart:

Het stergebied is een uniek landschap met hoge natuurwaarden. Om het gebied goed te kunnen beheren zijn er een aantal beheermaatregelen gepland. De beheermaatregelen bestaan uit het realiseren van rietlanden, beheren van de zodden en realiseren van zichtlijnen.

Deze beheermaatregelen hangen nauw met elkaar samen; de rooiwerkzaamheden (beheer zodden) zorgen ervoor dat de zichtlijnen worden vergroot en rietlanden krijgen hierdoor een kans om zich te ontwikkelen.

Het Stergebied is een Natura 2000-gebied, wat betekent dat er een natuurbeschermingswetvergunning nodig is voordat er beheeractiviteiten plaats kunnen vinden. De aanvraag voor deze vergunning loopt inmiddels.


Deelgebied 2

Deelgebied 2 bestaat uit drassig grasland (zod) dat beschaduwd wordt door een bos van zwarte els, zachte berk, lijsterbes en grauwe wilg (elzenbroekbos). Het perceel is een voormalige legakker, waar het veen dat uit het petgat werd gewonnen, te drogen werd gelegd om er turven van te maken. Het petgat is grotendeels dichtgegroeid.

Het plan is om dit petgat in ere te herstellen. Doordat het perceel nauwelijks wordt bemest en extensief gebruikt wordt, komen er soorten als rietorchis, kamgras en moerasrolklaver voor. Verder is er veel schaduwwerking van de elzen op het grasland perceel en daardoor rukt het riet vanuit het elzenbroekbos op, richting het midden van het perceel (K&G Advies, 2014).Soorten die op de overgang van het grasland naar het bos staan zijn riet, gewone wederik, gewoon en harig wilgenroosje en waternavel.

Op de westelijke oever staan veel schietwilgen en zwarte elzen die door een kapachterstand over de
’s Gravelandsevaart gaan hangen en het doorzicht het Stergebied in belemmeren.


Deelgebied 6

Deelgebied 6 bestaat uit drassig grasland (zod) dat deels beschaduwd wordt door een bos van zwarte els, zachte berk, lijsterbes en grauwe wilg (elzenbroekbos). Het grasland wordt nog jaarlijks bemest met drijfmest. Een van de noordelijke percelen bevat een dichtgegroeid petgat. Het plan is om dit petgat in ere te herstellen. Soorten die zijn aangetroffen zijn oeverzegge, zwarte zegge, lisdodde, waterweegbree, waternavel, wolfspoot, riet en liesgras.

Het kappen van delen van de elzenbroekbossen en het herstellen van het dichtgegroeide petgat zorgt voor een opwaardering van het aanbod aan leefgebieden. Vooral de realisatie van rietlanden op plekken waar de stobben worden ondergewerkt, is een waardevolle aanvulling op de afwisseling in leefgebied in deelgebied 6.


Deelgebied 10

Deelgebied 10 bestaat uit een bos van zwarte els, zachte berk, grauwe wilg, lijsterbes en grauwe wilg. Er komen twee kensoorten (waternavel en wateraarbei) van het habitattype overgangs-en trilvenen (H7140) voor. Kensoorten van trilveen zijn onder andere draadzegge, ronde zegge, slank wollegras, wateraardbei, moeraskartelblad, padderus, waterdrieblad en klein blaasjeskruid.

Kensoorten van veenmosrietland zijn sphagnum mossen, kamvaren, ronde zonnedauw, padderus, kleine lisdodde, ruwe bies, moerasviooltje, gewoon reukgras, smalle stekelvaren en waternavel. Er is in de sloot langs deelgebied 10 krabbenscheer aangetroffen, waardoor de sloot classificeert voor habitattypen meren met krabbenscheer en fonteinkruiden.